Een rondleiding door het Dialogues House: bezoek en boek!
Schrijf in op de digitale nieuwsbrief.

    Coen Jutte - Tuinieren met talenten

    Tuinieren met talenten

     Coen Jutte, werktuigbouwkundig ingenieur, organisatieadviseur, directeur van de Nationale Proeftuin, zanger en muzikant, staat aan de vooravond van zijn eerste solo cabaretvoorstellingen. De titel van zijn programma: ‘Effe een ander geluid’.

     

     “Iedereen roept het: we klagen zoveel. Maar als je dat roept klaag je ook. Alles begint met blij zijn, dat is wetenschappelijk bewezen. Blij zijn is beter en gezonder. Plezier in je werk en dat goed doen, daar word je blij van, zeggen ze. Maar ik geloof eerder dat het zo is dat je beter werkt als je blij bent. Ja, ik ben een echte positivo. Maar ik ben geen predikant. Ik ben eerder een warrige twijfelaar die moeite heeft met stelling nemen. Maar ook een onverbeterlijke ingenieur die alles wil verklaren. Ik wil alle problemen oplossen, met name de onoplosbare. Nu, dan kom ik zelf dus goed in de problemen! Ik krijg wel eens kritiek: die man heeft geen drama in z’n donder, nooit conflicten, wat maakt die nu mee. Ik mag dan ogenschijnlijk de man zonder problemen zijn, maar heus ik kom niet uit de problemen!  t’ Gaat echt niet allemaal vanzelf, ’t is soms keihard werken. De wereld stelt de echte positivo namelijk behoorlijk op de proef, kijk maar eens naar wat er allemaal voor ellende is. Of mensen vinden me naïef of oppervlakkig, en dan sta ik er helemaal alleen voor met m’n blije bedoelingen. Toch: ik ga door met m’n strijd tegen het cynisme, ik wil vertrouwen houden in de toekomst en anderen ervan overtuigen dat cynisme je nergens brengt. Ja, je zou wel kunnen zeggen dat positivisme mijn handelsmerk is.”

     

    .

     

     “Ik kan heel veel, ik ben gezegend. Maar ik vind wel, als je veel kan, moet je ook veel doen. Uitbuiten, die talenten die je hebt meegekregen. Niet stil blijven staan.  Durven op je bek te gaan. Ook weten wat je niet kunt. Wat ik niet kan: acteren. Maar ik kan wel heel goed mezelf zijn.  ’t Is wel een hele zoektocht geweest, maar uiteindelijk doe ik nu wat ik wil. Natuurlijk speelt geld ook een rol, maar toch heb ik ervoor gekozen om er financieel behoorlijk op achteruit te gaan om op het toneel te staan.” 

     

    Coen heeft zijn leven lang muziek gemaakt, piano en accordeon. Al vanaf de middelbare school verzamelde hij telkens weer een aantal medemuzikanten om zich heen om samen leven in de brouwerij te brengen. Hij heeft overal gespeeld, in kleine achterafzaaltjes en deftige clubs, van disco tot hardrock en voor divers publiek (van kroeglopers  tot de koningin). Nu speelt hij in het trio Manifesto. “Ons repertoire is enorm breed, van absolute Easy Listening tot meedogenloos Het Dak Eraf.”

     

    Terug in de tijd. “Ik deed op m’n 17e  eindexamen. Je bent jong en je wilt wat, maar wat? Ik wilde mezelf een jaar de tijd geven, doen waar ik plezier in had. Ik genoot van muziek maken, dus ging ik naar het conservatorium. Piano. Maar het was duidelijk dat ik niet in de wieg gelegd was om concertpianist of pianoleraar te worden. Bovendien wist niemand op het conservatorium wie Marco van Basten was en ik ben nu eenmaal voetbalgek.

     

    Ik  wilde psychologie in Amsterdam studeren, maar het werd werktuigbouwkunde in Delft. Eigenlijk heeft mijn moeder me in die richting gestuurd. Een beetje in de trant van: “Jongen, leer toch een vak.” Achteraf denk ik, ik heb een enorme belangstelling voor techniek en houd van abstracte problemen analyseren, dus is die studiekeuze geen slechte geweest. Het analyseren van mensen en hun problemen, dat heb ik later bijna spelenderwijs geleerd en ik leer nog iedere dag. En: het is tenslotte toch Amsterdam geworden!

     

    In Delft was het lang leve de lol. Ik hield me nauwelijks bezig met wat er in de wereld gebeurde. Studeren, muziek maken, meisjes, dat was m’n leven. Ik was nu niet bepaald een geëngageerd jongmens. 

     

    Na Delft belandde ik bij een industrieel technisch bedrijf. ’t Was me al vrij snel duidelijk dat ik niet de man voor heavy machinery was. Ik  ging in de verkoop van computersystemen. Een salaris waar ik van kon rondkomen, een auto en een laptop van de zaak en gelukkig onder de mensen, maar ik was geen goede verkoper. Vervolgens werkte ik bij Randstad, dat juist een tak had opgezet voor het vinden van zeer gespecialiseerde wetenschappelijke onderzoekers. Met z’n vieren mochten we een werkmaatschappij opzetten, een hele uitdaging. We kwamen binnen bij de Research & Development afdelingen van de grote ondernemingen. Voor de zuivelste verwenner Mona vonden we een eiwitspecialist. Philips was op zoek naar een kristalspecialist. Ik vond, na heel lang zoeken,  iemand die alles wist van vierhoekige kristallen, maar Philips zocht een man of vrouw met specialisme in zeshoekige kristallen, en ja, in de wereld van de kristalspecialisten praten die van de vierhoekige niet eens met die van de zeshoekige!  En ik? Ik was een beetje uitgepraat bij Randstad.

     

    Langzamerhand werd m’n werk steeds meer mensenwerk. Ik sloot me aan bij Alfabeeld, een organisatieadviesbureau. Ik begeleidde bedrijven in een veranderingsproces. Ik gaf workshops. Dat was erg leuk en creatief  en dankbaar werk, je zag echt resultaat.

     

    Waar ik ook werkte, ik bleef in m’n vrije tijd altijd muziek en cabaret maken. Maar m’n brood verdiende ik niet met spelen. ’t Was puur voor de lol. Met een vriendje deed ik op feesten en partijen een paar cabaretnummers. In 1990 hebben we de halve finale van Cameretten gehaald. Maar dat is nooit een serieuze gooi naar het professionele cabaretbestaan geweest.

     

    Na drie jaar heel veel plezier in m’n werk, bood Alfabeeld me een partnership aan. Tegelijkertijd vroeg cabaretier Rob Kamphues me om mee te gaan op een tournee van acht maanden. Het was een fantastische kans: ik kon op een rijdende trein springen. Ik heb er niet lang over nagedacht. Ik ging er financieel zwaar op achteruit, maar het was nu of nooit. Ik voelde dat het tijd was om een aantal dingen anders te gaan doen: ik ging mee op tournee, de echte theaters in! Dat is alweer vijf  jaar geleden.

     

     

     

    Ik heb inmiddels drie tournees met Rob gedaan. Fantastisch samengewerkt en veel geleerd.

     

    En nu dan een nieuw avontuur: ‘Effe een ander geluid’!

     

    Door de overstap naar het cabaret had ik overdag veel tijd. Ik zocht naar een goede tijdsbesteding. Ik ben niet iemand die kan zitten duimendraaien.”

     

    Dat werd de Nationale Proeftuin, inmiddels de grootste zadenruilbeurs van Europa. 

     

    “Een van m’n medemuzikanten was vrijwilliger bij het Hof van Eden in Utrecht. Ik ging daar eens een kijkje nemen en sprak met de oprichter, Guus Lieberwerth, die me met ongelofelijke passie vertelde over het belang van biodiversiteit. Ik liep daar over die enclave midden in Utrecht en zag groenten en planten waar ik nog nooit van had gehoord. ’t Was Guus die me overtuigde. Ik besloot biodiversiteit onder het grote publiek te brengen, om hefboom te worden voor die mensen die zich - vaak zo onzichtbaar - met zoveel hartstocht inzetten voor de vergeten en onbekende gewassen, maar niet echt gehoord worden. ’t Was me duidelijk dat er aangezwengeld moest worden.”

     

    Ooit werden er duizenden soorten aardappels overal ter wereld verbouwd. Nu zie je in de supermarkt nog maar een paar soorten, alleen die geschikt zijn voor patat, of juist puree, of  de kruimige, waar Nederlanders zo dol op zijn. Voor groenten geldt hetzelfde. Veel soorten zijn verdwenen of nauwelijks te vinden. 

     

    “Onze welvaart hangt voor een gedeelte af van biodiversiteit” legt  Coen Jutte uit. “Als er zo eenzijdig gekweekt blijft worden, raken veel genen verloren. Hierdoor dreigen ook de gewassen die nu nog in de supermarkt liggen op een gegeven moment uit te sterven. We moeten dus in standhouden, niet alleen wat nu dagelijkse kost is, maar we moeten ook de vergeten gewassen uit de vergetelheid halen. ’t Is toch doodzonde dat er maar tien soorten groenten in de supermarktschappen liggen, terwijl we veel meer gekke, lekkere soorten zouden kunnen eten?

     

    Door de Nationale Proeftuin vinden we het grote publiek en door de site vinden zij ook elkaar en krijgen onbekende gewassen een tweede leven in achtertuintjes, balkonbakken, volkstuinen en stadsperken.

     

    Op de Floriade, in 2002, bereikten we heel veel bezoekers. Via de site meldden zich 400 vrijwilligers, die op de Floriade in weer en wind zaden van de vergeten kattensnor tot de geitenbaard uitdeelden, de zakjes uiteraard van afbreekbaar materiaal. Mijn moeder heeft daar 12 weken lang iedere woensdag het verhaal verteld. We kregen berichtjes van onze sponsors, die ook een kijkje kwamen nemen; ze waren onder de indruk van onze presentatie en van de professionele en betrokken uitleg van onze vrijwilligers.”

     

     

    Iedereen die de site bezoekt, kan gratis zaden vragen en aanbieden. Via het forum kunnen bezoekers elkaar met raad en daad bijstaan. De betrokkenheid is enorm. “Er is een man, die heeft al zo’n 350 keer op het forum geschreven. Zelf iets kweken in je achtertuin, met eigen ogen zien wat biodiversiteit is. Concreter kan een ideaal niet zijn. Wie weet zeggen mensen over honderd jaar: “Hè bah, alweer rode spinazie vanavond”. En dat komt dan doordat iemand nú begonnen is met het kweken van rode spinazie op een balkonnetje driehoog achter.”

     

    De Nationale Proeftuin is nu ook te vinden in Naturalis, het nationaal natuurhistorisch museum in Leiden, met een interactieve quiz. Als alle vragen goed beantwoord zijn, rolt er een zakje zaad uit de zuil. Succesvol is de publieksactie  ‘Boeiende Kernen’: duizenden burgers over heel Nederland zaaien inheemse bloemen en planten in het hart van Nederlandse gemeenten. Elke gemeente kiest zijn eigen lokaal bekende dorps- of stadsgenoot voor de eerste zaaihandeling. Vorig jaar was dat voor Bergen op Zoom weervrouw Marjon de Hond, voor Amsterdam acteur Arjan Ederveen en voor Nuenen PSV- middenvelder Johann Vogel.

     

    Wilde bloemenweiden in de stad of het dorp, ze zijn een vrolijke en concrete ode aan de biodiversiteit. De ‘wilde’ natuur wordt in de stedelijke omgeving de laatste 50 jaar steeds eenzijdiger. De boosdoeners zijn de uitlaatgassen. “Brandnetels en grassen doen het heel goed, maar die verdringen de oorspronkelijke wilde soorten als bolderik en korenbloem. En daardoor bijen en vlinders en vogels.”

     

    Veel enthousiasme van Coen, maar dan toch even een bezorgde blik: “We hadden geweldige sponsors, onder wie de Stichting Doen! en het VSB Fonds, maar ons succes speelt ons nu geloof ik parten: we hebben geen sponsors meer, terwijl we die wel dringend nodig hebben.” Een grijns breekt door: “Die vind ik ook wel weer.”

     

    “Dit wil ik nog wel even kwijt: alles wat ik heb gedaan in m’n leven, telkens weer wat anders, ’t is niet een kwestie van onrust. Waar het mij om gaat: het gevoel hebben dat iets goed past en als het goed past, dan doen. Doordat je blijft groeien, past het jasje niet meer. Dan moet je op zoek naar een jasje dat niet te krap is. Niet stil blijven staan, groeien en bloeien, soms tegen de verdrukking in. Dat is waar het om gaat in het leven.”

     

    WWW.DENATIONALEPROEFTUIN.NL en WWW.COENJUTTE.NL

     

     

    16.05.06 - 08:38 Stacey Rookhuizen uit Amsterdam

    Ola Coen! Leuk je te ontmoeten bij de heldenbijeenkomst gisteren, op de 23ste verdieping. Wellicht dat ik in juni even naar 't Ponthuys fiets voor een van je optredens. Succes met alles, held! Groet van een collega.


    Bezoek en Boek

    Voor informatie over de verschillende voorzieningen of het reserveren van een ruimte: ga naar de 3D plattegrond of neem contact op met de Dialogues House info desk.

    Reserveren
    DIALOGUES HOUSE INFO DESK
    020 430 1500
    info@dialogueshouse.eu